Bouw mee aan de internationale jongerenstakingen op 20 november

(Door Hannah Sell, algemeen secretaris van de Socialistische Partij in Engeland en Wales)

De slogan van de internationale jongerenstaking die op 20 november in meer dan 12 landen in Europa plaatsvindt, luidt: ‘Vecht voor onze toekomst – niet voor hun oorlogen’. In heel Europa is die strijd al losgebarsten. Veel arbeiders en jongeren in Groot-Brittannië zullen geïnspireerd raken door de golf van massale stakingen en protesten over het hele continent. Of het nu gaat om de tienduizenden scholieren die in Duitsland staken tegen militarisme, de honderdduizenden sterke beweging tegen de hoge woonlasten in Spanje – die inmiddels heeft geleid tot een 24-uurs algemene staking op 11 november waarin loonsverhogingen worden geëist –, de geplande staking in de publieke sector in de Ierse Republiek, de grootste in veertig jaar, of de indrukwekkende beweging van scholieren en werknemers in Frankrijk, die zich ook in België aan het ontwikkelen is.

Systeem overal in crisis

In elk land is de specifieke aanleiding voor de beweging anders, maar de onderliggende oorzaken zijn hetzelfde. Elke regering voert eindeloze bezuinigingen door en snijdt in de openbare dienstverlening, terwijl de lonen stagneren en de huisvestingskosten stijgen. Overal hebben jongeren het gevoel dat dit systeem – waarin banen slecht betaald en onzeker zijn en het onderwijs ontoereikend en duur is, waarin het onmogelijk is de klimaatverandering een halt toe te roepen maar er wel een fortuin kan worden gevonden voor wapens – hen geen toekomst biedt die de moeite waard is.

Groot-Brittannië is niet anders. Overvolle klaslokalen en een hoge leerling-leraarverhouding horen tot de belangrijkste punten die door de Franse studenten aan de orde worden gesteld. Maar volgens de OESO zijn de gemiddelde klassen in Groot-Brittannië zelfs nog groter. Ondraaglijk hete klaslokalen tijdens de hittegolf troffen zowel studenten in Frankrijk als in Groot-Brittannië. De leuzen op de spandoeken van de Franse studenten, zoals ‘scholen zonder geld, een land zonder toekomst’ en ‘geld voor onderwijs, niet voor wapens’, gelden hier net zo goed.

Het is waar dat huurders in Groot-Brittannië niet zo’n torenhoge 47 procent van hun loon aan huur hoeven te betalen als Spanjaarden, maar velen doen dat wel – de gemiddelde huurprijzen in Londen bedragen inmiddels 41 procent van het inkomen – en landelijk moeten ze er nog steeds meer dan een derde van hun inkomen aan ophoesten. En de stijgende kosten van levensonderhoud die werknemers in Ierland tot stakingen dwingen, gelden hier net zo goed als overal elders. Op het hele continent is het kapitalisme een systeem in crisis, dat steeds minder in staat is om aan de behoeften van de meerderheid te voldoen. Ongeacht de kleur van hun rozetten worden pro-kapitalistische regeringen hierdoor gehaat.

Beweging in Spanje

In Spanje leunt premier Pedro Sánchez op de massabeweging die rond de huisvestingskwestie is ontstaan om herverkiezing te proberen te winnen. Hoewel hij in de acht jaar dat hij aan de macht is geen wezenlijke maatregelen heeft genomen om de huisvestingscrisis op te lossen, probeerde hij onder druk van die beweging alsnog enkele beperkte hervormingen door te voeren – waaronder bescherming tegen uitzettingen tot 2030 – maar deze werden door rechts en extreemrechts weggestemd.

Nu heeft hij algemene verkiezingen uitgeschreven rond dit thema, in de hoop dat de arbeiders hem hun stem zullen geven op basis van de belofte van een huisvestingshervorming en om rechts tegen te houden. De druk van onderaf is echter zo groot dat de uitgeschreven algemene verkiezingen de twee grootste vakbondsfederaties er niet van hebben weerhouden om achttien dagen daarvoor door te gaan met een 24-uurs algemene staking.

Wat de uitslag van de verkiezingen ook moge zijn, er is een nieuwe fase van strijd aangebroken. Als de gok van Sánchez vruchten afwerpt – wat verre van zeker is gezien de staat van dienst van zijn regering – zal hij te maken krijgen met een heroplevende werkende klasse. Mocht daarentegen rechts winnen, dan zal de onvermijdelijke intensivering van de aanvallen op de levensstandaard vanaf dag één op massaal verzet stuiten.

Het escalerende klassenconflict

Het is echter wellicht in Frankrijk dat het escalerende klassenconflict het scherpst is. Zoals de Financial Times het vorige week verwoordde, zit de Franse kapitalistische klasse “klem tussen de obligatiemarkten en de barricades”. Net als in Groot-Brittannië staat de regering onder druk van de financiële markten – en belooft zij maatregelen te nemen om tegemoet te komen aan de eis van de kapitalisten tot bezuinigingen. De Franse schuldquote bedroeg in 2025 115%, terwijl het begrotingstekort 5,1% bedroeg, vergeleken met 94% en 4,3% voor het Verenigd Koninkrijk. Dit jaar zijn de kosten van de Franse staatsschuld gestegen tot het hoogste niveau in een kwart eeuw. Ondertussen is het verschil tussen de kosten van Franse en Duitse staatsschulden – de twee grootste economieën in de EU – in een maand tijd met twee derde gestegen, wat wijst op de toenemende druk op de eurozone.

Premier Sébastien Lecornu probeert een bezuinigingsbegroting van 54 miljard euro door het parlement te loodsen, waarbij alleen de militaire uitgaven worden gespaard. Maar het is verre van duidelijk of hij hierin zal slagen, nu studenten protesteren en de vakbonden van ambtenaren, onder druk van de basis, stakingen aankondigen. Alleen al onder het presidentschap van Macron hebben zeven premiers moeten aftreden omdat ze niet alle bezuinigingen konden doorvoeren die de kapitalistische klasse eiste – waaronder Lecornu, die aftrad en vervolgens weer terugkwam! En dat was nog voordat de werkende klasse zich op grotere schaal in de strijd begon te mengen dan in jaren het geval was geweest.

Macron is nu meer gehaat dan ooit tevoren, met slechts 10% in de peilingen. De presidentsverkiezingen zijn nog maar zes maanden verwijderd, als Macron en zijn premier het zo lang volhouden.

De Franse kapitalistische klasse is wanhopig op zoek naar een presidentskandidaat die betrouwbaar in hun belang zal handelen, maar ook populair genoeg is – in ieder geval in het begin – om gekozen te worden! Het ziet er niet goed uit voor hen. Op dit moment lijken de twee kandidaten die de grootste kans maken om door te gaan naar de tweede ronde Marine Le Pen van populistisch rechts en Jean-Luc Mélenchon van populistisch links te zijn. Geen van beiden is betrouwbaar voor het Franse kapitalisme. Er is een wanhopige strijd gaande om alternatieven te promoten die de elites liever zouden zien. Deze week won de kapitalistische politicus Raphaël Glucksmann de zogenaamde ‘centrumlinkse’ voorverkiezing en verklaarde hij dat er een breuk moest komen met de “dominantie van links” door Jean-Luc Mélenchon.

“Mélenchon president“

Le Monde meldt dat, toen Glucksmann op weg was naar de voorverkiezing, lokale bewoners uit de ramen hingen en “Mélenchon president“ riepen, terwijl ze rijst en meel over hem heen gooiden. De volgende dag woonden 10.000 mensen een bijeenkomst voor Mélenchon bij.

Mélenchon en zijn organisatie La France Insoumise (LFI – Onbuigzaam Frankrijk) genoten al vóór de huidige beweging meerderheidssteun onder jongeren. Ongeveer 60% van de 18- tot 24-jarigen zei op Mélenchon te zullen stemmen. Nu LFI de enige nationale partij was die de studentenbeweging ondubbelzinnig steunde – waarbij onder meer de LFI-burgemeester van Saint-Denis met traangas werd bestookt toen hij zich aansloot bij arbeiders die studenten probeerden te beschermen tegen politiegeweld – is het enthousiasme voor LFI ongetwijfeld toegenomen onder jongeren, maar ook onder veel arbeiders.

Populistisch rechts?

Le Pen belooft ondertussen de elites dat ze de overheidsuitgaven hardhandig zal beteugelen. De kapitalistische klasse ziet haar liever niet als president, niet zozeer vanwege haar racisme, maar omdat ze populistisch is en, net als Reform in Groot-Brittannië, stemmen wint door demagogisch te beweren dat ze opkomt voor de ‘gewone man’, waarbij ze bijvoorbeeld belooft de standaardpensioenleeftijd terug te brengen naar 62, in tegenstelling tot Mélenchons belofte van 60.

Bovenal vrezen de kapitalisten dat zij, telkens wanneer zij de werkende klasse zou aanvallen, enorme tegenstand zou uitlokken. Een Franse financier vertelde de BBC dat haar presidentschap zou leiden tot een kans van 20% dat Frankrijk uit de eurozone zou storten. De kans dat een presidentschap van Mélenchon daartoe zou leiden, was volgens hem veel groter. Geconfronteerd met een keuze tussen Mélenchon en Le Pen, zou de Franse heersende klasse waarschijnlijk met tegenzin Le Pen steunen.

Kapitalistische sabotage

Mocht Mélenchon het presidentschap winnen, dan zouden de kapitalisten vanaf dag één zijn programma trachten te saboteren. De Franse kapitalistische klasse is niets vergeten van hoe zij bijvoorbeeld de regering-Mitterrand van 1981 in het gareel bracht. Het programma van die regering omvatte een verhoging van het minimumloon met 10%, verhoging van de pensioenen en de nationalisatie van een aantal grote bedrijven en banken. Aanvankelijk werd een aantal van deze maatregelen doorgevoerd, maar de regering kwam onder vuur te liggen van zowel het Franse als het internationale kapitalisme. Binnen enkele maanden bevroor de regering de lonen en bezuinigde zij op de overheidsuitgaven. Het lijdt geen twijfel dat soortgelijke maatregelen zouden worden genomen tegen Mélenchon als hij zou proberen zijn programma uit te voeren.

‘Sluwe plannen’?

Dat betekent niet dat een presidentschap van Mélenchon machteloos zou zijn. Maar het wijst wel op de conclusies die een nieuwe generatie arbeiders en jongeren in Frankrijk en wereldwijd zal moeten trekken. Mélenchon heeft die conclusies helaas niet getrokken. Zijn financiële voorstellen doen sterk denken aan de ‘sluwe plannen’ van Yanis Varoufakis in 2015, toen hij Grieks minister van Financiën was in de linkse Syriza-regering die onder vuur lag van alle instellingen van het kapitalisme.

Mélenchon suggereert dat hij bijna 500 miljard euro aan staatsschuld zou kunnen omzetten in ‘rentevrije obligaties’ die weliswaar zouden blijven bestaan, maar waarover geen rente zou worden betaald. Het probleem is dat er geen enkele kans is dat de obligatiemarkten dat zullen accepteren. Meteen toen Mélenchon het plan aankondigde, haastten de hoofden van de Banque de France en de Europese Centrale Bank zich om het te veroordelen.

Massale mobilisatie werkende klasse

Er bestaat geen ‘slim plan’ waarmee een linkse president achter de rug van de kapitalistische klasse om maatregelen ten gunste van de werkende klasse zou kunnen doorvoeren. In plaats daarvan zou mobilisatie nodig zijn om hen te verslaan. In Griekenland toonde de werkende klasse in 2015 haar vastberadenheid om de aanval van de kapitalistische klasse te trotseren. Was de Syriza-regering even vastberaden geweest, dan zou de uitkomst anders zijn geweest. Dat zou hebben vereist dat men de sabotage van de kapitalisten tegenging door onmiddellijk kapitaalcontroles en een staatsmonopolie op de buitenlandse handel in te stellen, en de sleutelsectoren van de economie te nationaliseren, onder democratische arbeiderscontrole en -beheer.

Dit had natuurlijk niet met succes kunnen worden uitgevoerd als de strijd beperkt was gebleven tot verklaringen van het Griekse parlement. Er zou een massale mobilisatie van de Griekse werkende klasse ter ondersteuning van een dergelijk programma nodig zijn geweest, en een oproep tot solidariteit aan de werkende klasse op het hele continent. Als de machtige Franse werkende klasse die weg zou inslaan, zou dat de wereld in rep en roer brengen, net zoals in 1968.

Mélenchon ziet de werkende klasse helaas niet als de belangrijkste sociale kracht in de samenleving, maar verwijst in plaats daarvan naar een vager ‘volk’ (zie ‘Geen model voor arbeiderspolitiek’ – Socialism Today voor meer informatie). Toch is het de werkende klasse – de klasse die de samenleving draaiende houdt en de winsten van de kapitalisten genereert – die, vanwege haar collectieve rol op de werkplek en daarmee haar collectieve bewustzijn, de potentiële macht heeft om het kapitalisme omver te werpen en een nieuwe democratisch-socialistische orde op te bouwen. In alle huidige strijd die Europa op zijn kop zet, is het daarom de cruciale taak van de werkende klasse om haar niveau van onafhankelijke organisatie te verhogen – zowel bij het coördineren en organiseren van de strijd, als door haar eigen partijen op te richten. LFI in Frankrijk wordt momenteel helaas niet opgevat als een arbeiderspartij, of überhaupt als een partij. Voor de komende strijd zal een kwalitatief andere mate van democratische massaorganisatie, gebaseerd op de werkende klasse, nodig zijn.

Bezuinigingen Burnham

De taken die ons in Groot-Brittannië te wachten staan, zijn niet anders. Hier hoopt de kapitalistische klasse wanhopig dat de door Burnham geleide regering de bezuinigingen – het korten op pensioenen, uitkeringen en meer – zonder massaal verzet zal kunnen doorvoeren, omdat Burnham zogenaamd weet hoe hij ‘contact’ moet maken met de werkende klasse. Het is een ijdele hoop! Net als bij andere regeringen in Europa zal het doorvoeren door Burnham van het beleid dat de bazen eisen, ertoe leiden dat hij na verloop van tijd net zo impopulair wordt als Starmer, of zelfs Macron! De begroting later deze maand zal zeker niet als een ‘bezuinigingsbegroting’ worden bestempeld en zal waarschijnlijk een paar kleine kruimels bevatten om te laten zien dat Burnham ‘aan de kant van de werkende klasse’ staat. Maar in wezen zal de begroting de militaire uitgaven beschermen, terwijl er geen maatregelen worden genomen om de crisis rond de kosten van levensonderhoud serieus aan te pakken. En ook na de begroting is het duidelijk dat er nieuwe bezuinigingsmaatregelen op stapel staan.

Het is waar dat de meeste vakbondsleiders op dit moment zelfs de vage hoop op Burnham aanwakkeren om stakingen dit najaar te voorkomen. Daardoor zijn we nog niet overspoeld door acties op de schaal van Frankrijk, Spanje of Ierland. De meeste arbeiders – zelfs degenen met een sprankje hoop op Burnham – begrijpen echter dat er, net als in Spanje, stakingen nodig zullen zijn om iets van deze regering af te dwingen. En er zijn acties gepland. De University and College Union (UCU) en de ambtenarenvakbond PCS behoren tot de organisaties die een stakingsstemming houden, waarbij leden van de Socialistische Partij een centrale rol spelen in de strijd om die tot stand te brengen. Daarnaast heeft het TUC-congres een resolutie van de PCS aangenomen voor een nationale herfstdemonstratie tegen bezuinigingen: de strijd is nu begonnen om dit te realiseren. Naarmate de stakingen tegen deze regering toenemen, zal ook de vraag naar een politiek alternatief op basis van de vakbonden steeds vaker aan de orde komen.

En ‘N20’ (20 november) zal voor vele duizenden studenten in Groot-Brittannië, geïnspireerd door de groeiende studentenbeweging in heel Europa, een eerste gelegenheid zijn om de straat op te gaan. Ook de arbeiders in Groot-Brittannië zullen geïnspireerd raken door de solidariteit tussen de Franse studenten en de werkende klasse, zoals te zien is in de beelden van georganiseerde groepen arbeiders – waaronder brandweerlieden en leraren – die de stakingsposten van de scholieren beschermen tegen politiegeweld. Hier moet de vakbondsbeweging duidelijk maken dat zij geen disciplinaire maatregelen zal tolereren – laat staan politiegeweld – tegen scholieren, hogeschool- en universiteitsstudenten die op N20 staken.

In de eerste helft van de jaren 2010 werd Europa, als gevolg van de Grote Recessie, opgeschrikt door massabewegingen. In een aantal landen ontstonden nieuwe linkse partijen, die vervolgens, toen ze aan de macht waren, niet in het belang van de arbeiders handelden. Het is duidelijk dat we nu aan het begin staan van een nieuwe fase van massastrijd, als gevolg van het volstrekte onvermogen van het kapitalisme om de samenleving vooruit te helpen. Veel van de jongeren die de strijd aangaan om voor hun toekomst te vechten, beschouwen zichzelf al als socialisten.

De strijd die voor ons ligt, zal ons dwingen conclusies te trekken over hoe een nieuwe democratisch-socialistische samenleving met succes tot stand kan worden gebracht, als enige manier om ervoor te zorgen dat technologie wordt ingezet om de planeet te beschermen en iedereen een goede levensstandaard te bieden, in plaats van voor winst en oorlog. De Socialistische Partij en de internationale organisatie waarvan wij deel uitmaken – CWI: het Comité voor een Arbeidersinternationale – hebben in dat proces een cruciale rol te spelen.

Trending